Puzzel

Antwoord:

De leider speelt A en daarna H en gooit in de dummy B  weg.

Oost moet een kaart weggooien.

A kan hij niet missen, want dan is H meteen de vierde slag voor de leider.

Een klaveren kan ook niet, want dan wordt zuids B hoog. Hij gooit dus A weg.

Zuid speelt nu B na voor de heer van west, die vervolgens de laatste twee slagen moet geven aan B5 in dummy.  B5 is immers en vork (geworden) op 94.